Als je ouder wordt, kun je op een bepaald moment merken dat je stem een beetje is veranderd. De toonhoogte kan wat anders zijn dan vroeger, je kunt je luide stem niet meer opzetten, je kunt niet meer zo makkelijk hoog zingen, de stem slaat eerder over of is ‘dunner’ geworden. Het is ook mogelijk dat je stem krakerig klinkt.

De toonhoogte van de stem ontwikkelt zich verschillend bij mannen en vrouwen. Het grootste verschil in hoogte tussen mannen en vrouwen is in hun veertiger jaren. Daarna wordt het verschil langzaam kleiner, maar boven de 70, 80 jaar gaan de stemmen veel sterker naar elkaar toe groeien. Je zou kunnen zeggen dat we als vrouw en man gelijk beginnen en eindigen, maar daartussen lopen de wegen sterk uiteen! Mannen hebben de laagste stem tussen hun 30e tot 40e jaar; bij vrouwen is dit na hun 50e.

Stemproblemen op hogere leeftijd zijn voor mannen en vrouwen verschillend.
Veel vrouwelijke amateurzangers rond de leeftijd van 50 jaar hebben last van een krakerige stem in de buurt van de stembreuk. Dit hoeft helemaal geen probleem te zijn: de stem schakelt wat duidelijker van de borststem naar de kopstem dan voorheen. Deze registerbreuk bevindt zich ergens in het eerst octaaf (de tonen boven de ‘middelste c’ op de piano), dus voor de meeste vrouwen boven de normale spreektoonhoogte. Als je zingt kun je hier echter flink last van hebben. Deze zaken kunnen ontstaan ten gevolge van de menopauze. Door de hormonale veranderingen in het lichaam kan de stem veranderen van klank en mogelijkheden.
Dit komt o.a. door minder soepel stemplooislijmvlies en minder stevige stemplooien.

Bij mannen kunnen klachten voorkomen zoals minder stabiliteit in de toon of minder vol van klank, maar meestal pas opvallend op een leeftijd na 65 jaar. Verandering van het spier- en stemplooiweefsel en conditieverlies, die bij de ouder wordende mens vaak voorkomen, leiden tot verminderd stemvermogen en stemkwaliteit. Bij vrouwen kan de stem daardoor zakken, bij mannen juist stijgen.